1. Speel in op aftrekbeperking box 1

  • De tarieven in box 1 voor inkomsten uit werk en woning gaan de komende jaren verder omlaag. Hiermee is al begonnen in 2019. Ook in 2021 kunt u een verlaging van de tarieven tegemoetzien. Het tarief van de eerste schijf, tot een inkomen van € 68.507, gaat in 2021 omlaag: van 37,35% naar 37,1%.
  • Over het deel van uw inkomen boven € 68.507 betaalt u in de tweede schijf 49,5%. Dit blijft volgend jaar ongewijzigd.

Hier staat tegenover dat aftrekposten volgend jaar minder voordeel opleveren. Dit geldt vooral als uw inkomen meer dan € 68.507 bedraagt en u aftrekposten (deels) tegen het hoogste tarief kunt aftrekken. Dit jaar kan dat nog tegen 46%. In 2021 komen aftrekposten in aftrek tegen maximaal 43%. Het maximum aftrekpercentage wordt voor het overgrote deel van de aftrekposten verder afgebouwd naar 37,05% in 2023.

Tip!

U kunt hierop inspelen door aftrekposten zo veel mogelijk in de tijd naar voren te halen. Een gift van bijvoorbeeld € 10.000 aan een ANBI levert u tegen het maximumtarief nu in beginsel nog een maximaal fiscaal voordeel op van € 4.600. In 2023 levert dezelfde gift u nog maar een maximaal voordeel op van € 3.705.

Behalve aftrekposten voor ondernemers gaat het om uitgaven voor onderhoudsverplichtingen, uitgaven voor specifieke zorgkosten, weekenduitgaven voor gehandicapten, scholingsuitgaven, aftrekbare giften, het restant persoonsgebonden aftrek van voorgaande jaren en verliezen op beleggingen in durfkapitaal. Voor zover mogelijk is het verstandig deze aftrekposten naar voren te halen.

 

2. Voorkom dat heffingskortingen verloren gaan

Enkele heffingskortingen zijn nog maar beperkt overdraagbaar aan uw partner. Het betreft de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting. De afbouw van deze kortingen vindt al jaren plaats. Dit jaar kunt u nog maar 20% van de kortingen uitbetaald krijgen (op voorwaarde dat uw fiscale partner wel voldoende belasting betaalt), vanaf 2023 helemaal niets meer. Degenen die vóór 1 januari 1963 geboren zijn, hebben geen last van de beperkte overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting, wel van de beperkingen inzake de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting.

Er is op een aantal manieren aan de beperking van de overdraagbaarheid van de kortingen te ontkomen. Heeft uw partner geen of onvoldoende eigen inkomsten, maar beschikt u samen met uw partner over belastbaar vermogen, dan kunt u hiermee het verlies aan heffingskorting oplossen. U doet dit door in de aangifte het vermogen geheel of deels aan de partner zonder eigen inkomsten toe te rekenen. Dit vermogen wordt namelijk belast in box 3, zodat uw partner dan over inkomsten beschikt, dus ook belasting betaalt, en hiermee genoemde heffingskortingen geheel of deels kan verrekenen.

Let op!

Hierbij is echter wel van belang dat u rekening houdt met het feit dat in box 3 de te betalen belasting stijgt bij toenemend vermogen. Normaal gesproken is een 50/50-verdeling van het vermogen fiscaal optimaal, maar in dit geval zult u dus eerst zo veel vermogen moeten toerekenen dat de heffingskortingen zo veel mogelijk verrekend kunnen worden. Pas daarna is een 50/50-verdeling van het resterende vermogen weer optimaal.

 

3. Overweeg afkoop van uw alimentatieverplichting

Heeft u een alimentatieverplichting aan uw ex-echtgenoot of ex-partner, dan zijn de betalingen nu nog aftrekbaar tegen een tarief van maximaal 46%. Vooruitlopend op de aangekondigde tariefsverlagingen de komende jaren kunt u in gezamenlijk overleg met uw ex besluiten deze verplichting af te kopen. U voorkomt hiermee dat u door de aftrekbeperking de komende jaren netto meer alimentatie betaalt.

De afkoop kan betekenen dat uw ex meer belasting over de afkoopsom betaalt dan wanneer hij of zij jaarlijks alimentatie ontvangt. Dit kan deels voorkomen worden via middeling of door de afkoopsom in een lijfrentepolis te storten. Uw ex ontvangt daaruit periodieke uitkeringen die geleidelijk worden belast.

Let op!

De afkoop van de alimentatieverplichting heeft voor u en/of uw ex-partner ook gevolgen voor de belastingheffing in box 3, voor de verschuldigde premie Zorgverzekeringswet (Zvw) en voor eventuele toeslagen. Schakel daarom een deskundige in om te berekenen of de afkoop fiscale voordelen oplevert en wat een redelijke verdeling hiervan is tussen uw ex en uzelf.

 

4. Stel uw opleiding niet langer uit

Volgt u als particulier een opleiding of studie voor een beroep? U kunt dan de kosten hiervan in aftrek brengen als scholingsuitgaven. Er is een wetsvoorstel ingediend om deze algemene fiscale aftrek te schrappen en te vervangen door een specifiekere regeling. Tot die tijd kunt u gebruik blijven maken van de scholingsaftrek. In 2021 heeft u in ieder geval nog recht op de aftrek. Als u recht heeft op studiefinanciering (waaronder collegegeldkrediet), bestaat er geen recht op aftrek.

 

5. Koop nog dit jaar een lijfrente

Koop nog dit jaar een lijfrente of stort een bedrag op uw lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrecht en creëer daarmee een extra aftrekpost. De betaalde bedragen zijn alleen aftrekbaar als sprake is van onvoldoende pensioenopbouw. Aan het begin van het jaar mag u nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt hebben. Het pensioenopbouwtekort wordt bepaald aan de hand van de jaar- en reserveringsruimte. U kunt deze ruimte berekenen op de site van de Belastingdienst (www.belastingdienst.nl), zoekterm ‘jaarruimte’. Als u voldoet aan de voorwaarden voor aftrek, kunt u de premie in 2020 aftrekken tegen maximaal 49,5%. Lijfrentes blijven ook de komende jaren gewoon aftrekbaar tegen het tabeltarief. Vanwege de daling van deze tarieven is de uitkering in veel gevallen lager belast. Als u nu de premie kunt aftrekken tegen 49,5% en deze is te zijner tijd belast tegen 37,05%, bedraagt het tariefvoordeel 12,45%-punt.

Tip!

Zorg dat u de lijfrentepremies in 2020 betaalt! Alleen dan kunt u deze nog in aftrek brengen in uw aangifte inkomstenbelasting 2020. Bovendien vermindert u daarmee uw vermogen, zodat u minder belasting betaalt in box 3.

Let op!

De betaalde lijfrentepremie vermindert de te betalen belasting, maar niet de te betalen premie Zvw. Over de lijfrente-uitkering betaalt u bij ontvangst wel premie Zvw. Dit betekent een dubbele heffing, voor zover uw inkomen bij uitbetaling van de lijfrentetermijnen onder de Zvw-premiegrens valt en u nu de Zvw-premiegrens nog niet heeft bereikt. Hierdoor wordt het nettorendement van de lijfrente kleiner.

Bepaalde heffingskortingen zijn inkomensafhankelijk. Zo is uw algemene heffingskorting mogelijk hoger als gevolg van de aftrek van een lijfrentepremie. Boven een inkomen van € 68.507 heeft de lijfrentepremieaftrek geen effect meer op de algemene heffingskorting.

 

6. Schenk uw giften periodiek

Periodieke giften zijn giften aan goede doelen in de vorm van vaste en gelijkmatige periodieke uitkeringen die uiterlijk eindigen bij overlijden. Deze giften kunt u aftrekken als u gebruikmaakt van een notariële of onderhandse akte van schenking. Hierin moet zijn aangegeven dat over een periode van minstens vijf jaar de gift wordt verstrekt. Voor periodieke giften geldt geen drempel en ook geen plafond.

Tip!

Schenk periodiek als u geen last wilt hebben van de drempel of het plafond. Stelt u een onderhandse akte op, dan geldt wel een aantal eisen. Een dergelijke akte kunt u downloaden vanaf de site van de Belastingdienst (www.belastingdienst.nl), zoekterm ‘overeenkomst periodieke giften’. Bereken wel of het ontgaan van het plafond en de drempel door periodiek te schenken opweegt tegen het nadeel dat uw schenking over een langere periode wordt uitgesmeerd en dus vanwege de dalende tarieven minder oplevert. Vanaf 2023 levert een gift immers nog maar een fiscaal voordeel op van maximaal 37,05%.

Zorg dat u de lijfrentepremies in 2020 betaalt! Alleen dan kunt u deze nog in aftrek brengen in uw aangifte inkomstenbelasting 2020. Bovendien vermindert u daarmee uw vermogen, zodat u minder belasting in box 3 betaalt.

 

7. Maak uw (klein)kinderen blij met een schenking

Profiteer ook dit jaar nog van de jaarlijkse schenkvrijstelling in de schenkbelasting. Zo kunt u in 2020 uw kinderen belastingvrij € 5.515 schenken en uw kleinkinderen of derden € 2.208.

Voor kinderen tussen 18 en 40 jaar bestaat er een eenmalige verhoging van dit bedrag tot:

  • € 26.457;
  • € 55.114 indien het bedrag gebruikt wordt voor een studie;
  • € 103.643 indien het bedrag gebruikt wordt voor een eigen woning.

Let op!

De eenmalige schenking van € 103.643 ten behoeve van de eigen woning geldt ook voor andere personen dan de eigen kinderen. Houd wel rekening met de voorwaarden van deze schenking.

Tip!

Schenkt u nog in 2020, dan vermindert de schenking uw vermogen in box 3, wat bij u tot belastingbesparing leidt.

 

8. Koop waardevolle zaken voor persoonlijk gebruik nog dit jaar

Alle roerende zaken die u voor persoonlijke doeleinden gebruikt of verbruikt, hoeft u niet op te geven in box 3. Bij roerende zaken kunt u denken aan inboedel, een auto, boot of caravan, maar bijvoorbeeld ook aan juwelen of een duur horloge. Bent u van plan binnenkort een dure aankoop te doen, zorg dan dat u deze aanschaf uiterlijk 31 december 2020 heeft gedaan en betaald. In de box 3-heffing per 1 januari 2021 zal dit vermogen dan niet worden meegenomen.

Let op!

Er geldt een antimisbruikmaatregel. Kan de Belastingdienst namelijk aannemelijk maken dat u de zaken hoofdzakelijk ter belegging heeft gekocht, dan behoren deze zaken wél tot het vermogen in box 3. Ook als u deze zaken tevens persoonlijk gebruikt.

 

9. Beleg groen in box 3

Wilt u uw box 3-vermogen verlagen, denk dan ook eens aan groene beleggingen. Voor groene beleggingen geldt een vrijstelling in box 3 van maximaal € 59.477(bedrag 2020). Heeft u een fiscale partner, dan bedraagt de vrijstelling voor u en uw partner gezamenlijk zelfs het dubbele (€ 118.954). Ook een minderjarig kind heeft zelfstandig recht op deze vrijstelling. Naast de vrijstelling in box 3 heeft u ook nog recht op een heffingskorting van 0,7% van het vrijgestelde bedrag in box 3.

Let op!

De vrijstelling geldt niet voor de vermogenstoets in de toeslagen.

 

10. Claim als co-ouder sneller de IACK

Ouders die na een echtscheiding de zorg voor één of meer kinderen jonger dan 12 jaar verdelen, hebben eerder recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK). Dit volgt uit een arrest van de Hoge Raad. De IACK bedraagt dit jaar in beginsel 11,45% van uw inkomen met een maximum van € 2.881. U moet wel ten minste € 5.072 verdienen of recht hebben op de zelfstandigenaftrek. Verder gelden voor de IACK in 2020 de volgende voorwaarden:

  • U hebt een kind dat geboren is ná 31 december 2007 en in 2020 minstens 6 maanden is ingeschreven op uw woonadres. Bent u co-ouder, dan mag uw kind ook zijn ingeschreven op het adres van uw ex.
  • U hebt geen fiscale partner of u hebt minder dan 6 maanden een fiscale partner. Of u hebt langer dan 6 maanden een fiscale partner én u verdient minder dan uw fiscale partner.

Wanneer bent u co-ouder?

De Belastingdienst hanteert voor co-ouders een strikte definitie. Volgens deze definitie bent u co-ouder als uw kind elke week minstens drie hele dagen bij u woont, én minstens drie hele dagen bij uw ex. Voor de berekening hiervan mag u zelf bepalen op welke dag uw week begint. Ook als uw kind om en om één week bij u en de andere week bij uw ex is, voldoet u aan de voorwaarde voor co-ouderschap. In een zaak die dit jaar speelde voor de Hoge Raad, werd deze definitie te eng bevonden. Volgens het arrest is het voldoende als de zorg voor de kinderen gelijkelijk en in een ander duurzaam ritme verdeeld wordt. In deze zaak werd een omgangsregeling gehanteerd volgens een tweewekelijks schema. De dochter verbleef vanaf de maandag eerst twee dagen bij de vader, dan twee dagen bij de moeder, vervolgens weer vier dagen bij de vader en daarna weer zes dagen bij de moeder. Volgens de Hoge Raad bestaat er ook dan recht op de IACK.

Let op!

Co-ouders kunnen volgens dit arrest dus eerder de IACK claimen. Voor de jaren uit het verleden kan dit nog tot vijf jaar terug via een bezwaar of verzoek tot vermindering.

 

11. Overweeg de oprichting van een spaar-bv/-fonds

Heeft u op dit moment veel spaargeld in box 3, overweeg dan de oprichting van een spaar-bv of een open fonds voor gemene rekening om daar vóór 31 december 2020 uw spaargeld in te storten. Zo mist u de peildatum van 1 januari 2021 in box 3. De bv of het fonds betaalt over de daadwerkelijk ontvangen spaarrente tot een bedrag van € 245.000 in 2021 15% vennootschapsbelasting en over het meerdere 25% vennootschapsbelasting. Als de ontvangen spaarrente na belasting wordt uitgekeerd naar privé, betaalt u hierover in 2021 26,9% belasting in box 2 van de inkomstenbelasting. Gecombineerd is dat zo’n 38% van de daadwerkelijk ontvangen spaarrente tot € 245.000. Dat is vele malen minder dan de 0,59% tot 1,76% belasting die u in 2021 over uw spaarsaldi betaalt in box 3, alhoewel u er wel rekening mee moet houden dat de vrijstelling in box 3 in 2021 verhoogd wordt naar € 50.000 per persoon. Toch bedraagt het verschil in belastingheffing tussen spaargeld in box 3 en spaargeld in een bv/fonds al gauw duizenden euro’s.

Let op!

Met een bv zijn oprichtingskosten gemoeid en ook kosten voor instandhouding, bijvoorbeeld voor het jaarlijks (laten) maken van een jaarrekening. En om het spaargeld na verloop van tijd belastingvrij naar privé te halen, is een gang naar de notaris nodig. Het is belangrijk bij de keuze voor de bv-variant deze kosten af te trekken van de jaarlijkse voordelen om te bepalen of het geheel voor u aantrekkelijk is.

Tip!

Een spaar-bv of open fonds voor gemene rekening zorgt er ook voor dat het spaargeld niet meer meetelt voor de vermogenstoets voor de toeslagen en de vermogenstoets voor de eigen bijdrage bij het verblijf in een verzorgingsinstelling.

 

12. Voorkom belastingrente: verzoek om een voorlopige aanslag

Over uw aanslag inkomstenbelasting 2020 rekent de Belastingdienst vanaf 1 juli 2021 een rente van 4%. Dit is hoog, zeker in vergelijking met de rente op een spaarrekening. Voorkom dat u de hoge belastingrente verschuldigd wordt en controleer of uw voorlopige aanslag 2020 juist is. Is de aanslag te laag, vraag dan zo snel mogelijk een nieuwe voorlopige aanslag aan.

Tip!

Vraag ook een nieuwe, lagere voorlopige aanslag aan als uw voorlopige aanslag te hoog is. In tegenstelling tot vroeger kunt u niet meer ‘sparen’ bij de Belastingdienst. De Belastingdienst vergoedt namelijk over het algemeen geen rente meer over een te hoge aanslag.

 

13. Cluster uw zorgkosten

Zorgkosten zijn onder voorwaarden aftrekbaar. Er geldt wel een drempel, die afhankelijk is van de hoogte van uw inkomen. Hoe hoger uw inkomen, hoe hoger de drempel. Alleen zorgkosten die boven de drempel uitstijgen, zijn aftrekbaar.

Het is daarom aantrekkelijk zorgkosten zo mogelijk binnen een jaar te clusteren. Koopt u bijvoorbeeld in 2020 een nieuw gehoorapparaat en laat u in 2021 uw gebit renoveren, dan heeft u in beide jaren te maken met de drempel. Dit levert meestal minder aftrek op dan wanneer u beide uitgaven in één jaar doet. Het betalingsmoment is beslissend voor het jaar van aftrek.

Tip!

Houd er ook rekening mee dat door de dalende tarieven de aftrek bij hetzelfde inkomen de komende jaren waarschijnlijk minder oplevert. Haal zorgkosten dus zo mogelijk naar voren. Vanaf 2023 levert de aftrek zorgkosten immers nog maar een fiscaal voordeel op van maximaal 37,05%.

 

14. Cluster uw giften

Giften aan goede doelen zijn onder voorwaarden aftrekbaar. Ook voor giften geldt een drempel. Alleen het bedrag aan giften boven deze drempel is aftrekbaar. De drempel bedraagt 1% van uw verzamelinkomen vóór aftrek van persoonsgebonden aftrekposten, met een minimum van € 60. Voor giften geldt ook een plafond (maximum) van 10% van het verzamelinkomen vóór aftrek van persoonsgebonden aftrekposten.

Tip!

  • U kunt giften over meerdere jaren beter clusteren, zodat u maar één jaar met de drempel te maken heeft. Komt u met uw giften boven het plafond van 10% uit, dan is het juist beter uw giften over meerdere jaren te spreiden.
  • Houd er ook rekening mee dat door de dalende tarieven de aftrek bij eenzelfde inkomen de komende jaren minder oplevert. Haal aftrekbare giften dus zo mogelijk naar voren. Vanaf 2023 levert een gift immers nog maar een fiscaal voordeel op van maximaal 37,05%.

 

15. Houd rekening met einde overgangsrecht zuivere saldolijfrente

Personen die in het bezit zijn van een zuivere saldolijfrente, moeten er rekening mee houden dat het hierop van toepassing zijnde overgangsrecht vanaf 2021 eindigt. Dit betekent dat in 2020 over de lijfrente afgerekend moet worden met de fiscus. Voor een zuivere saldolijfrente is in 2001 overgangsrecht van kracht geworden vanwege het destijds ingevoerde nieuwe belastingstelsel. Dit overgangsrecht eindigt eind 2020. Een zuivere saldolijfrente leverde destijds geen fiscale aftrek op. Door het vervallen van het overgangsrecht in 2020 moet over het op 31 december 2020 aanwezige rentebestanddeel van de lijfrente worden afgerekend. Op verzoek mag een tarief van 45% worden toegepast. Het hangt af van de feitelijke situatie of dit voordelig is. Over dit rentebestanddeel moet ook Zvw-premie worden betaald. Daarbij geldt wel dat alleen premie verschuldigd is als het premiemaximum van € 57.232 nog niet is bereikt.

Let op!

De aanspraken op uitkeringen betekenen ook dat het vermogen in box 3 hierdoor toeneemt. De in 2020 verschuldigde belasting mag hierop overigens niet in mindering worden gebracht.