Eindelijk is er duidelijkheid over de GVE-reductieregeling voor melkproducerende bedrijven. Produceert uw bedrijf melk voor consumptie of verwerking? Dan moet uw veestapel, als uw bedrijf is gegroeid, in stappen terug naar uw referentieaantal. Lopende het jaar is ook nog het realiseren van het doelstellingsaantal van groot belang.

 

Referentieaantal

Het referentieaantal is het aantal runderen (uitgedrukt in GVE’s) dat uw bedrijf volgens de I&R-registratie op 2 juli 2015 had, verminderd met 4%. Voor een grondgebonden bedrijf is deze korting van 4% niet van toepassing.

 

Grondgebonden: geen -/- 4%

Een bedrijf is grondgebonden als in het kalenderjaar 2015 de fosfaatproductie kleiner of gelijk is dan de fosfaatruimte in dat jaar. Voor de fosfaatproductie geldt het gemiddeld aantal runderen in 2015 maal een forfaitaire norm per rund. Voor melkkoeien geldt ook één vaste norm per dier (41.3 kg). Ook de fosfaatruimte op natuurterreinen dient tegen vaste normen meegerekend te worden.

 

Doelstellingsaantal

Met het doelstellingsaantal wordt bedoeld het aantal runderen (uitgedrukt in GVE’s) op 1 oktober 2016 minus het verminderingspercentage per periode. Het doelstellingsaantal kan nooit lager worden dan het referentieaantal.

 

Verminderingspercentage

Het verminderingspercentage bepaalt met hoeveel procent het aantal GVE’s, in een bepaalde periode, moet worden verminderd t.o.v. 1 oktober 2016.

Periode Verminderingspercentage
Periode 1: maart en april 5%
Periode 2: mei en juni 10%
Periode 3: juli en augustus Ten hoogste 20%
Periode 4: september en oktober Ten hoogste 40%
Periode 5: november en december Ten hoogste 40%

 

Heffing

Per maand wordt beoordeeld of u aan uw doelstellingsaantal heeft voldaan. Het gaat hierbij om het gemiddeld aantal GVE’s in een maand.

 

Hoge heffing

Verlaagt u het aantal GVE’s in een bepaalde maand onvoldoende? Dan volgt een heffing van € 240 per GVE. Let op: deze heffing wordt berekend over het aantal GVE’s boven het referentieaantal. De totale heffing kan fors oplopen.

 

Solidariteitsheffing

Deze heffing bedraagt € 56 per GVE en wordt opgelegd als het aantal GVE’s op uw bedrijf, in de betreffende periode, nog hoger is dan het referentieaantal, maar inmiddels lager is dan het doelstellingsaantal.

 

Uitzondering periode 1

In de eerste periode (maart/april) worden beide heffingen pas berekend over de maand april. De aantallen dieren in de maand maart doet er dus niet toe. Deze maand is bedoeld ter voorbereiding op de maand april. Maar let op, in de maand april zijn beide heffingen wel dubbel zo hoog.

 

Tweede maand blijft leidend

Voldoet u in periode 2 t/m 5, pas in de tweede maand van de betreffende periode, aan de maximale omvang? Dan wordt een eventueel betaalde heffing over de eerste maand in die periode terugbetaald. Het is van groot belang om de tweede maand van elke periode aan de referenties te voldoen!

 

Voorkom hoge heffing

Reduceer het aantal GVE’s in de tweede maand van een periode altijd tot onder het doelstellingsaantal. U voorkomt er een ‘hoge heffing’ mee. Het GVE-reductieplan bestaat uit lastige regelgeving met forse financiële risico’s. Laat ons u bijstaan om de gevolgen door te rekenen en van advies te voorzien. Daar zijn wij voor!

 

Meer weten of heeft u hulp nodig?

Neem contact op met een van onze Agro-bedrijfsadviseurs via telefoonnummer (0227) 513 333 (Middenmeer) of (0251) 361 960 (Uitgeest). Vragen naar: Jolanda de Jong, Mariska van der Veldt, Jelle Koopman of Niek Homan. Of stuur een mail naar: BE_afdeling@wea-nh.nl.